De voorlopige hypothese over de zijnszin van slaap kunnen we als volgt duiden: slaap is vergetelheid. De waarheid of onwaarheid hiervan wordt fenomenologisch ontsloten door het onderhavige onderzoek.
Wat in slaap "vergeten" wordt zijn zorgen, of in sterkere vorm trauma's, dingen waar het erzijn "slaap over verloren" heeft. Vooral kenmerkt de slaap zich als vergetelheid van de zin van slapen zelf; de slaap staat in een structureel verband met de dood. Elke "dag", dat wil zeggen elk slaap-interval, beleeft een mens een moment van doodsangst. Om deze angst te kunnen over-komen werpt het erzijn veelal alle zorgen van zich af om het "zelf" op deze op een oorspronkelijke manier te ontsluiten. In het moment van angst slaat ontheemdheid om in een thuis-zijn-in-... . Zo wordt voor de volgende "dag" energie verzameld. Energie kan echter ook in de ontheemdheid zelf aangetroffen worden, en in deze zin is slaap "over-bodig". Slaap is de meest oorspronkelijke roep, omdat het telkens zichzelf en zodoende de eigen zijnszin afsluit. De mate van vergetelheid is telkens relatief aan de lasten waar het erzijn zich mee opzadelt. Slaap is een "automatische" verwerkingsslag die vanwege het gemak ervan wederkeert. De volgende vraag dient zich reeds aan: hoe kan deze vergetelheid, die op eerste gezicht intrinsiek aan slaap lijkt te zijn, teniet gedaan worden, en wat is het mogelijke nut hiervan?
Slaap is rusten, dat wil zeggen het lichaam ont-zien. Iets laten rusten is iets ver-laten, af-vallen. Slaap is noodzakelijk als te veel zorgen zich opstapelen en de massa van het erzijn te groot wordt om bewust mee te handelen. Slaap manifesteert zich zo als het onder-bewuste. Dromen zijn zorgen die in het onderbewuste naar voren komen, d.w.z. de explicatie van behoeftes die alleen in waan-beelden vanuit de onmiddelijkheid bereikt kunnen worden, en daarna weer in vergetelheid vervallen om het erzijn de volgende "dag" niet te over-belasten. Om van dromen bewust te worden moet de droom voor en na de rust-toestand expliciet worden. Pas vanuit deze explicatie kunnen dromen als een toekomst be-leefd worden. In alledaagse bespreking van dromen wordt mede-zijnden de mogelijkheid geboden zich in de dromen te "mengen." De droomtoestand zelf wordt in on-schuldig-zijn in formele zin ontsloten. De filosofie kan structuur bieden aan het waar en hoe van deze toe-stand. De poezie kan deze dromen rein en grotendeels onbemiddeld tot uitdrukking brengen. De wetenschap richt zich primair op de bestaande structuren zonder deze tegemoet te komen met een waarde-oordeel, maar wel met het oogmerk er "thuis" in te worden en ze te gaan beheersen
chipper